Jean Bilquin (Gent 1938) woont en werkt te Drongen (Gent).
Hij was docent aan de Gentse Academie voor Schone Kunsten, thans Hogeschool. In 1999 was er een grote overzichtstentoonstelling van zijn werk in het PMMK te Oostende. In 2006 stond zijn oeuvre centraal in het Stedelijk Museum Roermond (NL), in het Natuur Historisch Museum Rotterdam (NL)) en was er een opgemerkte deelname aan 2006 Beaufort te Zeebrugge met een schitterende grote sculptuur: "De man die de boot zag, in de lucht".
In voorbereiding een grote overzichtstentoonstelling in de Sint Pietersabdij, Gent, 2008

De voorbije 30 jaar werden talrijke fundamentele essays over het werk an Jean Bilquin gepubliceerd door auteurs als de kunstcritici Marc Ruyters, Wim Toebosch en stef Van Bellingen, de conservators Phil Mertens en Willy Van den Bussche en professoren Willem Elias, Johan M. Swimmen en Annie Reniers-Philippot van de Vrije universiteit Brussel en Claire Van Damme, Freddy Decreus, Jan L. Broeckx en Karel Boulart van de Rijksuniversiteit Gent. Wat kan ik nog origineel toevoegen aan deze diepgaande kunstbeschouwingen? Gewoon een eigen appreciatie: waarom houd ik van het werk van Jean Bilquin? Omdat deze kunstenaar schildert met een open geest. Hij wil met zijn werk geen afstanden scheppen en heeft de sleutel van de emotionaliteit, die sedert Picasso in de moderne kunst zit, er vooral niet uitgehaald. Het werk van Jean Bilquin wekt een volkomen gevoel van harmonie op, waarbij natuur en kosmos het uitganspunt vormen en de maatstaf leveren.

Jean Bilquin is als beeldend kunstenaar geen l'Art pour l'Art-figuur. Met liefde gaat hij om met verf en doek, met tekenstift en papier, en concipieert hij zijn beelden in plaaster voor transformatie in brons. Hij schildert, tekent en beeldhouwt over eigen emoties. Hij zet energie om in materie. Mijn appreciatie voor deze artiest heeft te maken met mijn sympathie voor mensen die een vastgeroeste samenleving proberen los te krijgen. Een kunstenaar als Jean Bilquin is daar voortdurend via zijn plastisch oeuvre mee bezig. Zijn werk getuigt van een volgehouden en coherente intellectuele reflectie, het beoordeelt het leven in zijn brede samenhang, neemt afstand van de dagelijkse realiteit en formuleert artistieke statements die verder reiken dan de Kunst.

Dit is een persoonlijke invalshoek, maar wanneer nieuwe interpretatiewegen getoetst worden aan het oeuvre van Jean Bilquin is het resultaat evenzeer positief. In het moderne filosofisch landschap^heeft de Italiaan Umberto Eco met zijn in het begin van de jaren zestig verschenen boek 'Het Open Kunstwerk', nieuwe wegen aangeduid. Hij stelt dat er ten aanzien van een kunstwerk of oeuvre niet slechts één interpretatie mogelijk is, maar een veelvoud van interpretaties, en die kunnen verschillen van beschouwer tot beschouwer en ook in de tijd kunnen zij variëren. Bovendien stelt hij dat bij de kunst vandaag vooral het communicatieproces centraal staat. De duurzaamheid van kunst maakt dus dat ze steeds opnieuw moet worden geïnterpreteerd. Dit geldt zeer zeker voor een rasecht kunstenaar als Jean Bilquin.

Een aandachtige lectuur van de essays die over de kunstenaar zijn verschenen, bewijst die veelvoudige interpretatiemogelijkheid, die meerduidigheid ten volle. Sommige auteurs verwijzen naar de alchimie, doelend vooral op het zeer persoonlijk gebruik van kleurpigmenten, anderen spreken over de kosmos, over begrippen uit de mythologie. Het is duidelijk dat alle verwijzingen overhellen naar de orde van de geest, de contemplatie, de dynamiek. Jean Bilquin wordt als een artistieke nomade beschreven: rusteloos en gedreven. Men zou hem, vrij naar de Franse filosoof Gilles Deleuze, als een nomadisch kunstenaar kunnen betitelen.

Acrylverf, pigment en bindmiddel met borstel op doek, inkt, potlood, houtskool en pastel op papier, plaaster/brons, afbeelding, de picturale en sculpturale geste krijgen opnieuw zin. Als middel kunnen citaten gebruikt worden: denk aan de cyclus van Jean Bilquin naar het Laatste Avondmaal van Leonardo Da Vinci.Jean Bilquin is een eclecticus in de zin dat hij zich niet aan één denkvorm, werkwijze of stijl bindt, maar keuzen maakt van datgene wat hem het beste lijkt. Een schilderij, een tekening, een beeldhouwwerk krijgt opnieuw een narratieve functie.

In die geest kan Jean Bilquin gesitueerd worden tegenover de Italiaanse kunst in het algemeen en de Transavanguardia in het bijzonder, en wanneer hij citeert, duiken buiten Italië verder namen op als Matisse, De Kooning.

Zijn recente periode is andermaal bijzonder interessant. De figuren worden gereduceerd tot slanke silhouetten in een bijna lege, onbegrensde spirituele ruimte. Soms worden die silhouetten alleen maar met (verticale) lijnen aangeduid. De kunstenaar probeert het werk een metafysische sensatie mee te geven. Bovendien is het opvallend dat de jongste jaren het tweedimensionale van het doek of het papier wordt aangevuld door een reeks schitterende beelden of installaties in plaaster, beton of brons. Maar of het nu om sculpturen, schilderijen, tekeningen of grafiek gaat, steeds zal Jean Bilquin zijn figuren situeren tussen uitersten: hemel en aarde, leven en dood, innerlijk en uiterlijk. Dit dichotomisch karakter, die tweedeling, is zeer bepalend voor het inhoudelijke van zijn huidig werk.

Conclusie:
Jean Bilquin heeft een boeiend oeuvre gecreëerd op het grensgebied tussen traditie en vernieuwing, het terrein waarop een overgeleverde symboliek persoonlijke nuanceringen en uitbreidingen heeft ondergaan. Zijn recent werk is als een allegorie: de westerse cultuur heeft bij het begin van dit millennium nieuwe impulsen nodig en zou en goed aan doen zich opnieuw te oriënteren op de mediterrane en in het bijzonder op de klassieke cultuur.

Ernest Van Buynder,
Voorzitter van het Museum van Hedendaagse Kunst Antwerpen (MuHKA),
Januari 2007