De
werken die Bert De Beul in de loop van het laatste decennium schilderde, onderscheiden
zich van andere, vrijwel 'cyclische' revivals van schilderkunst voornamelijk hierin
dat zij geen naieve, onproblematische renaissance van dit medium impliceren, doch
veeleer het schilderen onderzoeken vanuit het besef dat dit medium na het minimalisme
en de conceptuele kunst in een crisis verkeerde.
Om
die reden knoopt de kunstenaar niet aan bij de klassieke theorie van schilderkunst
als een venster op de realiteit: de mimesis of representatie. Hij benadert ze
veeleer doorheen de opeenvolgende beeldlogica's die het representatieve aspect
der schilderkunst vervingen, als daar zijn fotografie, film(stills) en dergelijke.
Dit verklaart de eigenaardige focus, of eerder out-of-focus-compositie van de
beeldopbouw. Het koloriet is evenmin 'realistisch' te noemen, maar wordt veeleer
geconditioneerd door associaties van emotionele aard met sematische connotaties:
de vergeelde zwart-wit foto of de vervaagde kleurenfoto roepen associtaties op
met het verleden. Deze asscociaties en connotaties worden getransporteerd naar
de techniek. Het flou? beeld en de vage omtreklijnen vullen deze beeldtaal aan:
een gereconstrueerde impresiese herinnering als tegengesteld aan het vlijmscherpe
eeuwige nu van de tirannie der correcte representatie.
De predominantie van
de technische realisatie en ergo de eigenschappen en kwaliteiten van het medium
worden verder geaccentueerd door een concentratie op het detail, in tegenstelling
tot de klassieke, gecentraliseerde focus, wat een ontkenning van de 'narratieve
volledigheid' van het schilderij impliceert. Dus duidelijk geen 'ut pictura poesis'.
In deze presentatie refereert De Beul uitdrukkelijk aan traditionele genres, zoals het stilleven (pruimen, peren), landschap, portret, doch steeds worden deze door het typisch De Beuliaanse perspectief in beeld gebracht wat een afwijzing van iedere mogelijke na?viteit ten opzichte van een 'restauratie' van deze genres impliceert. Hij maakt gebruik van gedecentraliseerde d¨¦coupages op een manier die duidelijk enkel mogelijk is na de moderne technische innovaties van fotografie en film; hoewel zijn werk - in tegenstelling tot het hyperrealsisme of het hanteren van fotografie als de nieuwe schilderkunst - geen uiteenzetting over deze nieuwe media is.
Het
zwaartepunt van zijn oeuvre ligt evenmin in het subject, wat hem reeds 10 jaar
geleden onderscheidde van het toenmalige nieuwe (al dan niet wilde) schilderen,
hoewel het duidelijk subjectbetroklken is, wat duidelijk blijkt uit de coherente
en stilistische consistentie van zijn oeuvre en het feit dat zijn werken ontegensprekelijk
een 'emotioneel klimaat' ademen.
De diversiteit van de werken onderling en
de uiteenlopende 'traditionele' genres waaraan ze refereren, laten echter vermoeden
dat het de kunstenaar voornamelijk vandoen is om een persoonlijke oplossing te
vinden voor het inderdaad fundamentele probleem : hoe is het mogelijk om enerzijds
het zichzelf weggesublimeerde modernisme niet te ni?ren, doch zich anderzijds
evenmin in de esthetische onethische onnozelheid te bezondigen van een doen -
alsof-er-niets-gebeurd-is-restauratie van zowel neopremodernisme als neomodernisme.
De
Beul biedt ons zijn persoonlijke oplossing voor deze eminent actuele problematiek
door het monolithische karakter van de modernistische schilderkunst en haar totaalaanspraken
in vraag te stellen: ze te doorlichten door middel van de visuele logica's en
beeldtalen die onze perceptie en beeldvorming conditioneren en dit vanuit het
perspectief van het medium der schilderkunst. Geen nieuw begin, geen nieuw geluid,
geen na?viteit of voorgewende onnozelheid: wel het zeer persoonlijke discours
van een niet-fundamentalistische kunstenaar met betrekking tot de situatie: wat
is schilderkunst vandaag.
Jan
Fonc¨¦